kiekie #14, fotografie van Sanne de Wilde

kiekie #14

Sanne de Wilde met Denise Woerdman van kiekie

Wat leuk om een interview met een fotografe, Sanne de Wilde,  te horen en uit te werken. Hoe leuk is het om een kijkje te mogen nemen in haar leven.

wat heb ik mogen doen?

  • uitwerken van een uur interview ten behoeve van het magazine ‘kiekie’

credits

De foto hierboven, op de voorpagina van kiekie no 14, is gemaakt door Sanne de Wilde: the Pink Lady of New York.

Hoe ben je in aanraking gekomen met fotografie?

Ik ben in Antwerpen geboren. Toen ik 16 was, moest ik op de middelbare school een soort van eindwerk maken en toen heb ik een foto gemaakt. Zo ben ik begonnen met in mijn eigen omgeving te fotograferen. Dit is dus eigenlijk de eerste en de laatste keer dat ik in mijn eigen omgeving heb gefotografeerd van mensen die ik kende. Ik ben eerst begonnen op film. Wij hadden boven op zolder een doka en daar ontwikkelde ik al mijn beelden zelf. Ik vond het superfijn in de donkere kamer en ik deed dat heel graag. Omdat ik het zalig vond om zo helemaal op jezelf te zijn en ermee bezig te zijn eigenlijk. Ik ben denk ik ook wel zo’n beetje een oma in een meisjeslijf, hahahaha.

Daarna ben ik schilderkunst gaan studeren, aan de kunstschool. Eigenlijk wilde ik geen fotografie studeren, maar aan het einde van het eerste jaar was de helft van mijn werk eigenlijk toch wel fotografie. Na dat jaar ben ik een jaar gaan reizen en toen ben ik fotografie gaan studeren in Gent.

Wat wilde je gaan doen na je afstuderen?

Ik heb nooit plannen gemaakt of doelen gesteld. Ik heb veel dingen die ik zou willen doen. Fotografie is voor mij ook gewoon een manier. Het is nooit het doel geweest om fotografe te worden. Schilderen is gewoon nog veel geïsoleerder en dat past niet bij wie ik ben als persoon. Kijk, ik schilderde en tekende eigenlijk heel graag. Maar ik voel me beter thuis in de fotowereld. Ik vind het gewoon minder bullshit. En ik ben niet graag alleen. Ik werk wel graag alleen. Maar fotografie is een veel betere manier om de wereld te zien. Dat is iets wat echt wel in mij zit. Dat ik wil leven, dat ik de wereld wil zien. Mensen wil ontmoeten. Het voedt me. Het neemt veel energie, maar het geeft me ook veel energie. Ik kan er heel lang mee doorgaan. Daarom kan ik ook heel ver over mijn grenzen gaan. Omdat het me toch wel energie geeft. Ik vergeet mezelf dan gewoon.

Nu werk je digitaal. Waarom ben je overgestapt?

Zeker nu met alle projecten die ik doe, moet  alles snel gaan. Dat geldt nog meer als je veel in het buitenland werkt. Op film werken kost teveel tijd, dat kan gewoon niet meer.

Hoe zou je je werk willen betitelen?

Als je kijkt naar Dwarf Empire, dat was niet echt een documentaire. Het onderwerp was wel een documentaire, maar het is niet mijn bedoeling een exact beeld van de werkelijkheid te fotograferen. Ik neig veel meer naar abstracter werken. Ik wilde niet gewoon kiekjes schieten van kleine mensen in een pretpark. Met de dingen die ik doe, is het verhaal wel zo belangrijk. Het is een plek waarover ik het onderliggende verhaal wilde vertellen. Voor mij gaat dat project over mensen in een moderne vorm. Niet kunstmatig, zoals toen met de wereldtentoonstelling in Gent. Mensen moesten daar doen alsof ze echt in een Afrikaans dorp leefden. De Dwarf Empire is een échte mensententoonstelling. Het wordt daar ook openlijk beleefd en er worden echt vragen over gesteld. Dat boeide mij eraan.

Is dat ook de rode lijn in je werk?

Ja. Plus dat ik in al mijn projecten altijd wel een soort van fascinatie voor genetisch materiaal heb en hoe dat genetisch materiaal mensen verbindt of vormgeeft. Hoe dat een bepaalde community creëert. En dat zie je eigenlijk bij Snow White en bij mijn nieuwste project The Island of the Colourblind.

Wat is er, voor jou, speciaal aan dit project?

Het is een klein eilandje dat op een bepaald moment door een tyfoon heel hard geraakt is, heel weinig mensen hebben dat overleeft. En een van de mensen die overleefden droeg dat gen in zich. En die heeft kindjes gemaakt, dat is de koning. En zo heeft zich dat op het eiland verspreid. Het is

genetisch materiaal dat begint te circuleren in een geïsoleerde gemeenschap.

Hoe breng je kleurenblindheid in beeld?

Net zoals mensen met Albinisme zijn ze heel lichtgevoelig. Dus ze zien eigenlijk beter ’s nachts dan overdag. Dus ik heb ze op allerlei verschillende manier gefotografeerd om dat in beeld te brengen. Ik experimenteer met kleur. Hoe zien wij kleuren en hoe zien zij dat. Ze zien geen kleur, ze zien niets van kleur, dus een deel van die foto’s gaat waarschijnlijk toch zwart/wit worden. Maar ik heb ook in infrarood gefotografeerd. Je gooit hiermee je eigen perspectief op kleur om. Infrarood is niet letterlijk hoe zij dat zien. Maar ik kan me wel voorstellen dat, als je kleur niet ziet, zij de wereld ook niet zien zoals wij die zien.

Je hebt nu verschillende projecten gedaan, Snow White is bijvoorbeeld weer heel anders dan Dwarf Empire. Hoe pak je dat aan?

Het is heel afhankelijk van het onderwerp. Bij Snow White was het concept meer universeel en geen persoonlijk portret. Voor mij was dit vanaf het begin al duidelijk. Deze mensen hebben geen naam. Ik portretteer eigenlijk de witte mensen in hun schoonheid en tegelijkertijd in hun kwetsbaarheid. Daarom wilde ik ook zo weinig mogelijk storende elementen erin. Bij dit soort dingen, die eigenlijk ook wel een beetje taboe zijn, vind ik het soms juist sterker om dat te benadrukken dan om te doen alsof er niets aan de hand is. Dat je bijna ziet van: dat licht is bijna onverdraaglijk.

Maar bij Dwarf Empire was het anders. Ik maakte een reis in een wereld waar ik nooit in geweest ben. Je hebt geen idee wat je aan gaat treffen. Bij dit soort projecten is het bijna onmogelijk om dat voor te bereiden. Het is daarom ook moeilijk om van te voren een plan te maken van wat in beeld moet komen.

fotolab kiekie, krant

naar de site

Hoe kom je aan ideeën voor je projecten?

Ik hoor iets, bijvoorbeeld op de radio, en dan voel ik: dit moet ik doen, koste wat kost. Dat is eigenlijk zo bij alle projecten die ik heb gedaan. Soms is het echt een sprong in het diepe en weet je eigenlijk niet wat je wint. Net als The Island of the Colourblind, ik kon het eigenlijk niet betalen. Maar ik geloofde erin. Ik geloof ook dat heel veel dingen kunnen. En dat lukt dan ook gewoon.

Je hebt ook The Pink Lady of Hollywood gemaakt. Dat is ook weer anders.

Ik hoorde over een vrouw in Amerika die alles in het roze heeft. Ik ging een nieuwe tentoonstelling inrichten en ik wist dat ze nieuw werk wilden. Ik heb daarom dit project over haar gedaan. Eigenlijk zou ik zoiets wel langer in beeld willen brengen. Het gaat over hoe mensen er erg mee bezig zijn om hun eigen identiteit, ook fysiek, op te bouwen. Het wordt een soort van fysiek masker. Ik vind dat er eigenlijk kracht in zit dat zo iemand iets kunstmatigs van zichzelf maakt. Eigenlijk is dat heel eerlijk. Het is een soort identiteit, die je hebt, waar heel veel mensen nooit zo ver in zouden gaan. Gewoon helemaal beleven, maar ook in de uiterlijke vorm. Ik vind conceptueel werk super interessant. The Pink Lady is een verhaal wat aan de oppervlakte ligt. Je kunt er dan heel ingewikkelde manieren voor gaan verzinnen om dat in beeld te brengen, maar she is just in your face.

Hoe kom je aan geld om je projecten te kunnen doen?

Ik wil in mijn eigen projecten geen compromissen sluiten. Het probleem is dat ik ook gewoon nooit tijd heb gehad om dossiers te schrijven en geld aan te vragen. Projecten als Dwarf Empire en Snow White zijn eigenlijk gewoon te duur. Maar ik heb wel geld geleend en ben nu aan het werk om dat terug te betalen. Ik heb never aan crowdfunding gedaan bijvoorbeeld. Maar het zou wel goed zijn, want dan kan ik me meer profileren in mijn eigen werk in plaats van heel hard te werken aan andere dingen.

Ik ben ook nog niet aangesloten bij een gallery. Daar wil ik dit jaar werk van maken. Daarnaast moet ik ook echt gaan beginnen met foto’s verkopen. Eigenlijk loop ik twee jaar achter, omdat alles, na mijn studie, zo snel is gegaan. Dat begint me nu echt te vertragen en tegen te werken, omdat ik mijn structuur niet op orde heb.

Nu werk je voor de Volkskrant. Hoe ben je daar terecht gekomen?

Een goede vraag. Ik heb het eigenlijk nooit gevraagd. Ik denk dat iemand van de fotoredactie mijn boek heeft gezien. Ik heb toen ook foto Academy Awards gewonnen en een daarvan was van de Volkskrant. Kruisend daarmee was ik al gevraagd om te komen werken voor de Volkskrant. Ik was dat helemaal nooit van plan geweest. Maar op dat moment dacht ik gewoon zo: ik wil wel in Amsterdam wonen, hahaha. En ik wil op avontuur!

Wat voor werk doe je nu het meest voor de Volkskrant?

De eerste twee jaar was ik goedkoper. Ik zat toen veel in het buitenland, ik ben het liefst onderweg. En ik doe graag dingen ter plaatse. Ik ben ook nooit van plan geweest om in de journalistiek als persfotograaf te gaan. Ik kijk ook niet op die manier. Maar voor de Volkskrant maak ik gewoon portretten van dingen die over het hele land verspreid liggen en die dan bij een interview komen. Soms, om me te pesten, denk ik, sturen ze me naar zo’n persmoment. Daar sta ik dan als enige meisje in mijn roze jurk tussen al die mannen met dikke lenzen, hahaha. Heel veel mensen ken ik ook niet. Maar dan sturen ze mij juist ook daarom daar naar toe, omdat ze eigenlijk willen dat ik het gewoon echt op mijn manier in beeld breng. Het is fijn dat dat meer en meer zo is. Weten dat ik dat ook op mijn manier doe. Maar tegelijkertijd sluit ik ook wel compromissen. Want ik maak toch wel mijn beelden anders met de krant in mijn hoofd dan wanneer ik voor mezelf werk.

Hoe combineer je dat: je eigen werk doen en het commerciële werk voor de Volkskrant?

Ik denk dat het werk voor de krant wel aan het transformeren is. Vroeger was krantenfotografie een echte reportage. Ze geloven er echt wel in dat ik de weergave van een beeld goed doe. Fotoshoppen van beelden voor de krant gebeurt nog steeds niet. Daar ligt ook wel mijn eigen ethiek. Maar staat er een stukje in de hoek in de weg, dan haal ik het wel gewoon weg. Dus ja, ik pas me wel aan, want ik zou anders kunstzinniger en abstracter te werk gaan. Maar soms is het wel onduidelijk wat ze precies van me willen, omdat iedere keer andere mensen de foto’s uitkiezen.

Tegelijkertijd is dit ook wel wat het voor mij een beetje onmogelijk maakt. Ik heb eigenlijk een fulltime job aan mijn eigen werk. Maar daar verdien ik niet genoeg mee. En het gaat ook niet alleen om het geld, ik werk ook echt graag voor de krant. Ik ben verrast over waar ik overal terecht kom, in situaties die ik zelf nooit had kunnen verzinnen.

Doe je naast je vrije werk en werk voor de Volkskrant nog ander betaald werk?

Ik probeer dat wel om zo een beetje een frisse wind erin te houden. Ik heb nu bijvoorbeeld voor het eerst coverwerk voor een bandje gemaakt. En ik heb een project in België gedaan, in Antwerpen. Dat is ook weer een manier voor mij om een tijd in België te spenderen. Om ook eens op een andere manier te werken. En ik heb ook verhalen gemaakt met mensen die dan in De Morgen en andere publicaties zijn verschenen. Zelfs in het vliegtuig werk ik ook. Alles is cool, he, maar het zou heel fijn zijn om eens een film te kijken. Ook met mijn lief, die zal ook heel blij zijn!

Sanne de Wilde

naar de site

Reageer op dit artikel

Laat als eerste een reactie achter.

geef een reactie

wpDiscuz