een groot circus

De hal van Carré is veranderd in een waterval van geluid: gelach; tikkende naaldhakken; gesprekken; ruisende jurken; knuffels en zoenen; terloopse blikken. Een jongen staat met zijn Moleskine opschrijfboekje en groene pen vlakbij de schuifdeuren. Achter zijn rug gaan ze open en weer dicht. Ik denk dat hij net 18 is. Zijn af en toe verwaand opgekrulde bovenlip verraadt onzekerheid. Een vrouw staat hem druk aanwijzingen te geven terwijl ze ondertussen te veel mensen begroet, kust en op de foto zet. Hij zet nog even een dikke streep in zijn boekje. Zo.

Een andere vrouw doet nog even haar haar wilder en gaat tussen twee grotere mannen staan. Ze lacht haar tanden bloot in de camera. Een andere man lacht ook. Waarschijnlijk om zijn eigen grapje, want niemand lijkt hem te horen, verstomd tussen alle stemmen.

Naast mij wordt een druk telefoongesprek gevoerd. Om niet te storen, kijk ik alleen naar zijn schoenen. De iets afgeschuinde hak verraadt dat ze niet meer kraaknieuw zijn. Dat is goed, want dan kun je stilletjes de trap op sluipen als je haar op het late uur niet wakker wil maken.

De mensen verderop geven elkaar een kus in de lucht. “O, wat leuk je weer te zien”, zegt hij. En zijn ogen dwalen alweer af naar de volgende ontmoeting.

Het jonge stel naast me maakt een selfie. Hij zit op het bankje, net als ik. Zij zit wat ongemakkelijk op zijn schoot. Ze lachen. Zij hebben het naar hun zin vanavond. Vol verwachting kijken ze uit naar wat er nog gaat komen. Na de pauze.

Mijn lief is even naar het toilet. Ik heb alle tijd om de mensen om me heen te observeren. Ik voel hun blikken over me heen dwarrelen als jonge sneeuw op een zondagmorgen. De bel gaat. De voorstelling gaat verder. Het is nog te vroeg. Ik heb nog niet iedereen leren kennen.

En die jongen heb ik niet meer gezien.

Reageer op dit artikel

Laat als eerste een reactie achter.

geef een reactie

wpDiscuz